Een paar jaar geleden zijn in het
Reeuwijkse Plassengebied diverse hoofdvaarten
uitgebaggerd. De baggerspecie is in verschillende plassen gestort in daarvoor speciaal gemaakte afgeschermde compartimenten.
Met als doel natuurontwikkeling te ontwikkelen gericht op het herstel van
rietmoerassen om zo het broedbiotoop van de bedreigde moerasvogels als grote karekiet te
verbeteren. Over de waterkwaliteit in
de Reeuwijkse Plassen is de laatste jaren veel te doen geweest. Als gevolg van
het jarenlang
inlaten van grote hoeveelheden gebiedsvreemd vuil water vanuit de Hollandsche Yssel
is de waterkwaliteit afgenomen. De extreem droge zomer van
2003 heeft daar ook geen goed aan gedaan want toen is (weliswaar noodgedwongen) extra veel
Hollandse IJsselwater ingelaten met een relatief hoog chloridegehalte. Voor een zoet watersysteem met een van nature laag
chloridegehalte is dat zeker niet gunstig, met name niet voor bepaalde waterplantenvegetaties
zoals het krabbenscheer-kikkerbeetverbond. Na de problemen in 2003 is men
overgestapt om water in te laten vanuit de Oude Rijn.
Relaterend
aan die negatieve ontwikkelingen is het daarom verheugend
te kunnen constateren dat in een paar van de gebaggerde hoofdwateringen er
sprake lijkt te zijn van herstel van krabbenscheervegetaties. Het is opgevallen
dat dit jaar (2005) in de hoofdwetering aan de oostkant langs de Lecksdijk, en aan de
noordkant van de Twaalfmorgen weer tientallen verspreid voorkomende veldjes
krabbenscheer werden aangetroffen.