Cultuurhistorie en natuurwaarden van de Westkade in de polder Reeuwijk

De Westkade loopt vanaf de Breevaart in Reeuwijk Brug tot aan de boerderij van van Soest op de hoek van de Bloemendaalseweg-Reewal. Door de aanleg van de RW A-12 is deze kade thans in tweeën geknipt.  Het deel gelegen ten zuiden van de Rijksweg  is eigendom van de Gemeente Gouda. Op dit stuk kade is een wandelpad gemaakt en de kade is beplant met allerlei struiken en bomen.  Het noordelijk deel van de Westkade is niet ingrijpend veranderd, in ieder geval niet landschappelijk.  De kade is aangelegd ten tijde van de grote veenontginningen omstreeks de 11e eeuw. De huidige graslandpolders rondom de Westkade zijn ontgonnen via het Cope-systeem.



Kaart van omstreeks 1700 van het Hoogheemraadschap van Rijnland. De huidige Westkade en de Alphense wetering staan op deze 
kaart nog vermeld als zijnde de "Nieu dorps Kade" en "oude Alffer watering". Ook is uiterst interessant de vermelding van de 
"Bloemendaels Kade" en de huidige Omloopswetering, toen nog de "Oude Boscooper watering" genoemd, zuidelijk liggend 
t.o.v. de huidige Westkade.



In het midden van de kaart (situatie omstreeks 1880) ligt de Westkade met zuidelijk ervan de Alphense Wetering. 
De Rijksweg A-12 ontbrak toen nog.

                                     Over de ontginning via het Cope-systeem en de ontwatering
Door de landsheren werden stukken moeraswildernis uitgegeven voor het in cultuur brengen en bewoning, of vrijgegeven om te worden ontgonnen. Kolonisten kregen de grond in vrij eigendom, maar wel onder aanvaarding van vooraf gestelde voorwaarden. Deze overeenkomst werd vastgelegd in een zogenaamde 'copebrief'. In het huidige woord ‘koop’ kunnen we dezelfde strekking herkennen. In veel plaatsnamen in het Hollands-Utrechts veengebied komt het woord koop of kop voor zoals bij 's Gravekoop, Oukoop, Boskoop, Papekop. In de copebrief stond om welk stuk grond het precies ging, aan wie het werd overgedragen en onder welke voorwaarden.

Als basis voor het starten van een ontginning werd een riviertje, een gegraven wetering, een bestaande weg of dijk gekozen waarlangs eenheden, hoeven genaamd, werden uitgemeten van dezelfde breedte. Sloten werden gegraven, die loodrecht lagen op de basis, en dienden voor de afwatering, maar tevens als afscheiding van percelen. Bij het ‘recht van vrije opstrek’ was wel de breedte van de percelen bepaald, maar niet de diepte. Daarom legde de Overheid in de loop der tijd strengere regels op, waarbij niet alleen de breedte, maar ook de eindgrens van de percelen werd bepaald. De maten werden uitgemeten in roeden, een middeleeuwse lengtemaat. De breedte van de percelen was in de meeste gevallen 30 roeden. Een roede komt neer op ca. 3,75 meter. De diepte werd uitgedrukt in ‘voorlingen’ of ‘voren’, hetgeen is afgeleid van de toen in zwang zijnde ploegmethode. De standaardhoeve had een diepte van zes voorlingen, oftewel ongeveer 1250 meter. Veel percelen in Nederland hebben om die reden deze lengte. Dit leverde een totaaloppervlakte op van 16,5 morgen. Een morgen is 0,85 hectare dus omgerekend komt dit op ca. 14 hectare. Er kwamen ook wel twaalfvoorlinghoeves voor met een perceelbreedte van 30 roeden, hetgeen neerkwam op 33 morgen oftewel 28,5 hectare.  Bij de uitgifte van de gronden was ook vastgelegd, dat een boerderij gebouwd zou worden dicht bij de ontginningsbasis, op de kop van de grondkavel. Hieruit kwamen de welbekende lintbebouwingen voort.


Westkade noordelijk van de RW A-12 met het restant 
van de Alphener Wetering



Westkade met een aangrenzend graslandperceel 
samengevoegd door het dempen van de tussensloot
( ligt tegen de RW A-12). 
Zo'n 15 jaar geleden heeft men op dit deel doorlopend tot 
aan het hek op de achtergrond een aantal jaren een 
boomkwekerij gehad.

De Westkade vormde de scheiding tussen het ontgonnen moerasgebied, en was bedoeld om het bezwaarwater van de omringende polders af te voeren door de aan de Westkade grenzende sloten. Parallel aan de westkant van de Westkade liggen nog een 2-tal smalle percelen,  aangrenzend aan de  Alphense Wetering. Willem van Beyeren, de graaf van Holland, liet in 1354 de Alphense wetering aanlegggen. Deze liep van de Cromme sloot bij de Hoge Rijndijk langs de Oude Rijn tot in de Hollandse IJssel bij de stad Gouda. Deze wetering  werd echter zonder toestemming door het land van de Heerlijkheid van Jan van Blois, Heer van Gouda, aangelegd. Met als gevolg dat Jan van Blois de nieuwe wetering  in 1358 liet afdammen maar ook al weer in hetzelfde jaar ongedaan maakte. Aan de structuur van een paar zuidelijk aan de Westkade grenzende percelen is veel veranderd door kavelwerkzaamheden in het verleden. Ter verbetering van de graslandsituatie zijn stukken sloot zijn gedempt, waaronder ook een deel van de Alphener Wetering.


Al vanuit de zeventiger jaren van de vorige eeuw is bekend, dat er op de Westkade wilde kievitsbloemen groeien. Een aantal planten kwam zelfs voor in het gedeelte van de Westkade dat ten zuiden van de Rijksweg ligt. Deze groeiplaats is nu echter verdwenen. Wel groeien er nog steeds wilde kievitsbloemen aan de noordkant van de Westkade, maar de oppervlakte van de groeiplaatsen is afgenomen t.o.v. vroeger.  In het voorjaar van 2005/ 2006 werden er ca. 80 bloeiende exemplaren geteld. Wilde kievitsbloemen zijn in het Groene Hart van West- Nederland zeldzaam. Thans komen er de omgeving van de Reeuwijkse Plassen nog maar een paar honderd exemplaren voor, de meeste exemplaren in reservaten van Staatsbosbeheer.

                                                                   Beheer Westkade
Op de Westkade zelf was rond het einde van de 19e eeuw veel minder geboomte aanwezig. Dat is duidelijk te zien op de topografische kaart uit de Historische Atlas van Zuid-Holland (omstreeks 1880). De Westkade bestond toen nog overwegend uit grasland, dat jaarlijks werd gemaaid voor hooiwinning. 
In het beheer van de Westkade is de laatste 35 jaar veel veranderd. Grote delen van de kade zijn verruigd omdat ze niet meer gemaaid worden. Door natuurlijke opslag zijn er veel meer struiken en bomen aanwezig. Het begin van de Westkade  nabij de Reewal is rond 1980 aangevuld met shredderafval afkomstig van een autosloperij uit Nieuwerkerk a/d IJssel zodat men dit als rijpad kon gaan gebruiken om met zwaar materiaal  op aangrenzende percelen te kunnen komen. De kade wordt onderbroken, doordat een stukje is afgegraven en nu uit open water bestaat. Om de (natuur)kwaliteiten te verbeteren en te herstellen zou het gewenst zijn om de kade weer meer in de oude staat terug te brengen.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen