Steur en brasem op tegels

Vissen en zeewezens  worden veelvuldig op tegels afgebeeld. Soms met goed herkenbare vissoorten,  soms ook niet.  Gelukkig kunnen oude prenten en gravures ons behulpzaam zijn bij het vaststellen, welke soort er op een tegel staat afgebeeld.
De steur, welke op de tegel staat afgebeeld, is een van de weinige dieren die de prehistorische tijd heeft overleefd. Steuren behoren tot de meest primitieve beenvissen. Het skelet bestaat grotendeels uit kraakbeen. Een wervelkolom ontbreekt. De vinnen zijn zo goed als onbeweegbaar. Daarom is de steur niet zo'n wendbare vis. Het is  een typische bodemvis. Het dier heeft aan de onderkant een uitstulpbare bek waaraan vier gevoelige baarddraden zitten. Daarmee tast het dier de bodem af op zoek naar voedsel.




Afbeelding van een Atlantische steur

 

 

Tegel met de voorstelling van een steur.  

2e helft 17e eeuw

Datering: 
2e helft 17e eeuw
Productieplaats:
onbekend
Tegelformaat:
13 x 13 cm
Tegeldikte:
1 cm
Herkomst:
Uit de handel
Collectie:
particuliere verzameling

Steuren paaiden in grote rivieren maar dit gebeurde wel buiten Nederland. De benedenlopen en estuaria van onze grote rivieren, inclusief de Biesbosch, vormden waarschijnlijk wel een belangrijk opgroeigebied voor jonge steur. Na twee tot vier jaar, bij een lengte van ongeveer 80 cm trok de steur naar zee. Volwassen steuren, meestal meer dan 10 jaar oud, trokken als vissen van ongeveer 2,5 meter lengte terug naar  rivieren om te paaien. Tussen 1890 en 1916 daalden de steurvangsten in Nederland met gemiddeld 17% per jaar. In Nederland is de laatste Europese steur (Huso huso), ook wel de belugasteur genoemd, in 1952 in de nieuwe Merwede in de buurt van Dordrecht gevangen. Sindsdien is de soort in Nederland uitgestorven. Wel worden er de laatste jaren weer af en toe steuren gevangen in Nederland.  Maar dat betreffen dan exoten of hybriden, die meestal uit gevangenschap zijn ontsnapt, dus geen echte Europese steuren.
Op dit moment wordt  de belugasteur uit de Kaspische Zee met uitsterven bedreigd. Dit komt door  illegale bevissing en het niet op tijd uitzetten van nieuwe steur. 
Belugakaviaar is zo'n beetje het het duurste eetbare product ter wereld. Jaarlijks mag er op wereldnivo maximaal 10 kilo van worden verkocht. De kaviaarshop die een paar weken geleden in de Bijenkorf werd geopend, had meteen een pronkstuk: viseitjes van de belugasteur. Kosten: 2500 euro voor een blikje van 125 gram.



Tegeltableau met een steur bestaande uit drie tegels. Laat 20e eeuw. De maker is onbekend.

 


Gravure van Nicolaes de Bruyn (1571-1656)
Museum Boymans-Van Beuningen Rotterdam.
Rechtsonder de afbeelding met de brasem, op de gravure beschreven 
als witvisch.



Tegel met de voorstelling van een brasem, of wellicht 
een kolblei, ook wel bliek genoemd.

Datering: 
2e helft 17e eeuw
Productieplaats:
onbekend
Tegelformaat:
12,7 x 12,7 cm
Tegeldikte:
1 cm
Herkomst:
Uit de handel
Collectie:
particuliere verzameling

Nicolaes de Bruyn heeft rond 1600 een uitgebreide serie prenten gemaakt waarop zoetwatervissen, zeevissen, kikkers, schaaldieren en zeewezens zijn afgebeeld.  Een aantal tegels geschilderd naar die prenten ben ik in de loop der jaren tegen gekomen. Op de afgebeelde tegel is een brasem te zien. Op de gravure wordt deze vis nog als witvisch geschreven, maar dat komt omdat in die tijd nog niet alle vissoorten goed waren benoemd. De echte ordening in planten en dieren is pas in de 18e eeuw eeuw door Linnaeus gedaan. 

Brasems zullen in de 17e eeuw in West-Europa vrijwel zeker minder algemeen geweest zijn, dan nu het geval is in de Nederlandse binnenwateren. Deze vissoort gedijd prima in voedselrijke wateren, en een groot deel van onze Nederlandse zoetwatergebieden is de laatste 50 jaar  veranderd van een voedselarm naar voedselrijk systeem( veroorzaakt door de depositie van o.a. stikstof, fosfaat, nitraat en chemische stoffen). Brasems (en blankvoorns) hebben daar van geprofiteerd, terwijl tegelijkertijd verschillende andere vissoorten waaronder rietvoorn, snoek en zeelt als gevolg van het toenemen van die stoffen zijn afgenomen. Brasems zoeken hun voedsel in de bodemlaag. Dat doen ze door te wroeten in de bodem. Daardoor vertroebelt het water, en dat is weer ongunstig voor  de groei van waterplanten. Vertroebeling van het water door brasems lost men op door regelmatig grote hoeveelheden brasem weg te vangen. De Waterschappen in Nederland doen er alles aan om de oppervlaktewateren in Nederland weer terug te brengen naar een systeem van glashelder water, niet al te voedselrijk, waarin vissoorten  als snoek, zeelt, baars en  rietvoorn goed vertegenwoordigd zijn.

startpagina

vertellingen antieke tegels fotoboek antieke tegels vertellingen kleipijpen fotoboek kleipijpen auteur