Nicolaes de Bruyn heeft rond
1600 een uitgebreide serie prenten gemaakt waarop zoetwatervissen, zeevissen,
kikkers, schaaldieren en zeewezens zijn afgebeeld. Een aantal tegels
geschilderd naar die prenten ben ik in de loop der jaren tegen gekomen. Op de
afgebeelde tegel is een brasem te zien. Op de gravure wordt deze vis nog als
witvisch geschreven, maar dat komt omdat in die tijd nog niet alle vissoorten
goed waren benoemd. De echte ordening in planten en dieren is pas in de 18e eeuw
eeuw door Linnaeus gedaan.
Brasems zullen in de 17e eeuw in West-Europa vrijwel zeker minder algemeen geweest zijn, dan nu
het geval is in de Nederlandse binnenwateren. Deze vissoort gedijd prima in
voedselrijke wateren, en een groot deel van onze Nederlandse zoetwatergebieden is
de laatste 50 jaar veranderd van een voedselarm naar voedselrijk systeem(
veroorzaakt door de depositie van o.a. stikstof, fosfaat, nitraat en chemische
stoffen). Brasems (en blankvoorns) hebben daar van geprofiteerd, terwijl
tegelijkertijd verschillende andere vissoorten waaronder rietvoorn, snoek en
zeelt als gevolg van het toenemen van die stoffen zijn afgenomen. Brasems zoeken hun voedsel
in de bodemlaag. Dat doen ze door te wroeten in de bodem. Daardoor vertroebelt
het water, en dat is weer ongunstig voor de groei van
waterplanten. Vertroebeling van het water door brasems lost men op door
regelmatig grote hoeveelheden brasem weg te vangen. De Waterschappen in
Nederland doen er alles aan om de oppervlaktewateren in Nederland weer terug te
brengen naar een systeem van glashelder water, niet al te voedselrijk, waarin vissoorten
als snoek, zeelt, baars en rietvoorn goed vertegenwoordigd
zijn.