Zeeschildpadden(Cheloniidae) zijn een familie van
grote schildpadachtigen
die in alle tropische en in sommige subtropische en gematigde zeeën
voorkomen. Zeeschildpadden behoren tot de reptielen.
Wereldwijd komen er 6 soorten voor, waarvan er minstens 5 bedreigd
zijn.
De soepschildpad(Chelonia mydas) behoort tot de familie
van de zeeschildpadden(Cheloniidae). De soepschildpad is van de zes soorten
zeeschildpadden de grootste soort en heeft tevens het grootste
verspreidingsgebied; de schildpad komt overal rond de evenaar voor.
Deze schildpad dankt naar mijn idee zijn naam aan het feit dat
het dier veel voor consumptie werd- en nog steeds (illegaal) wordt gevangen.
In de 16e, 17e en 18e eeuw vormden soepschildpadden een welkome
aanvulling op het slechte eten wat de zeelieden kregen. Het eten aan
boord van de meeste VOC-schepen had een slechte reputatie. Het was
eentonig, arm aan vitaminen en zelfs regelmatig bedorven.
Vitaminegebrek door gebrek aan verse groenten en fruit veroorzaakte
bij veel zeelieden scheurbuik.
Tegenwoordig is deze schildpad vrij zeldzaam en wordt door
internationale verdragen beschermd. Menselijke activiteiten zoals
het illegaal rapen van de eieren en het onbedoeld doden van de
schildpad als bijvangst in de visserij
drukken tegenwoordig nog steeds zwaar op de populaties.
Zeeschildpadden komen
in alle oceanen voor. Maar het water moet er wel warm genoeg zijn.
Ze wonen hun hele leven in de zee en ze kunnen wel een halve eeuw oud
worden. Alleen het vrouwtje komt aan land om eieren te leggen. Ze zwemt
dan naar een verlaten strand en zoekt een geschikt plekje
uit om haar eieren te leggen. De eieren legt ze in een holletje, die
ze zelf graaft. Als de eieren uitkomen is het een hele klus voor de
kleine zeeschildpadjes om naar de zee te komen. En zeker niet
ongevaarlijk: meeuwen en andere zeevogels vinden zo'n klein
schildpadje nog wel een lekke hapje.