
Bijzonderheden over
het productieproces van 17e eeuwse tegels
Het vervaardigen van 17e eeuwse tegels was allemaal niet zo eenvoudig. Allereerst moest de klei die men als grondstof gebruikte om een tegel te maken zo'n samenstelling hebben, dat er niet te veel krimp optrad tijdens het 1e bakproces. Ook moest voorkomen worden, dat tinglazuur en verfsoorten die men gebruikte om een afbeelding op de tegel te brengen, tijdens het 2e bakproces zou gaan vloeien. Het was dus een absolute voorwaarde om de oven niet te heet op te stoken, zeker niet tijdens het 2e bakproces, want boven een bepaalde temperatuur (die lag zo ongeveer tussen de 850 en 950 graden) begon de glazuur en verf op de tegels te vloeien. En als de oven echt te warm werd, versinterde de oppervlaktelaag van de tegel, of tegels begonnen aan elkaar te koeken. In onze tijd hebben we thermostaten, zodat we een oven exact kunnen instellen, maar in de 17e eeuw ging dat nog heel anders. Men stookte op het gevoel en vanuit ervaring. De oven werd opgestookt met takkenbossen en turf. Het bakproces duurde meer dan een dag en vooral bij het benaderen van de gewenste temperatuur spande het erom. Dat het nogal eens fout ging getuigen de grote hoeveelheden 17e eeuws aardewerk- en tegelafval, die bij en rond Gouda in graslandpolders zijn gestort en zo af en toe tijdens graafwerkzaamheden worden gevonden. |
|
|
|
|
|
Wilt U meer meer foto's zien van de specifieke 17e eeuwse Goudse tegels met voorstellingen van vogels, bloemen en insecten klik hier
|
|
Tegels met een driestip als hoekvulling zijn veelvuldig in Gouda gemaakt door het 17e eeuwse bedrijf van Willem Verswaen. |
|
| vertellingen kleipijpen | fotoboek kleipijpen | vertellingen antieke tegels | fotoboek antieke tegels | auteur |