18 december 2007
De vondst van een botschaats in het Reeuwijkse Plassengebied

Het begint een klein beetje te winteren. Het is inmiddels al weer jaren geleden dat er op natuurijs geschaatst kon worden. Bij de echte schaatsfanaten begint het nu toch wel een klein beetje te kriebelen. Zou de vorst door gaan zetten? Nederland is een echt schaatsland. Bekend is dat er al vanaf de 15e eeuw eeuw veelvuldig werd geschaatst, op ijzeren schaatsen. Maar zelfs voor die tijd werd er al een schaats gebruikt, nog niet van ijzer maar van been. 
Een paar weken geleden werd in het Reeuwijkse Plassengebied bij het graven van een vijver op een diepte van ca. 1,25-1,50 mtr in het veenpakket een dierlijk bot gevonden van een rund. In het bot zaten aan weerskanten twee gaatjes en zo hier daar was het bot bewerkt door afvlakking en licht afgesleten. Het betreft een botschaats. Een zeer interessante vondst want het zou kunnen betekenen dat zo tussen 800 en 1200 na Christus al mensen aanwezig zijn geweest op deze plaats. Onder voorbehoud want
het verschijnen van ijzeren schaatsen in de 15e eeuw betekende nog niet het definitieve einde van de glis. Tot in de 19de eeuw werd de glis gebruikt om kinderen op een goedkope manier te leren schaatsen. Maar omdat de glis van zo'n diepte uit het veenpakket  is opgegraven lijkt het erop dat het om een zeer oud exemplaar moet gaan.


      
Dierlijk bot met aan weerskanten gaatjes. Op het bot zijn zo hier en daar uitstekende delen wat afgevlakt.
Het bot heeft een lengte van 24 cm en vertoont ook daadwerkelijk glijsporen van het ijs.


Uiteinde van bot met een gaatje geboord door het bot. 
Aan het uiteinde van het bot zijn uitstekende delen afgevlakt. 
Dit is door mensen zelf gedaan.



Uiteinde van bot met een gaatje geboord door het bot. Aan 
het uiteinde van het bot zijn uitstekende delen wat afgevlakt. 
Of dit door mensen zelf is gedaan of door afschaving 
door ijs is niet helemaal duidelijk.



Uiteinde van bot met een gaatje geboord door het bot. 
Ook zijn hier duidelijk slijtsporen te zien veroorzaakt door glijden 
over het ijs.


Ook in de 17e eeuw werd er volop geschaatst. Hier mooi te zien 
op een 17e eeuwse Nederlandse tegel. 
Toen op ijzeren krulschaatsen.

Uit archeologische vondsten is gebleken dat er al in de oertijd werd 'geschaatst'. Men bewoog zich over het ijs - niet op schaatsen, maar op glissen. Dat waren lange botten van runderen, aan twee zijden platgemaakt en van gaten voorzien. Het was toen nog vooral een kwestie van glijden. De allereerste schaatsen worden daarom glissers genoemd. Een glis is een rib of een middenvoetsbeen van een rund, paard of hert. Glissers werden voorzien van gaten en met pezen of palingvellen aan de voet bevestigd. Om het afzetten op het ijs te vergemakkelijken, werd vaak gebruikgemaakt van één of twee stokken. Later werden ook prikstokken als hulpmiddel ingezet. Glissers of botschaatsen zijn door heel Europa teruggevonden. In Nederland zijn ze waarschijnlijk vooral gebruikt tussen 800 en 1200. Glissers werden in de loop van de eeuwen steeds meer vervangen door een houten schaats met ijzeren glij-ijzer. Waarschijnlijk deed het glij-ijzer rond 1400 zijn intrede.

Wilt U iets weten over een specifieke Goudse schaatstraditie klik dan hier

startpagina

vertellingen antieke tegels fotoboek antieke tegels vertellingen kleipijpen fotoboek kleipijpen auteur