Veel jonge steltlopers en plevieren zijn inmiddels vliegvlug. Een flink
aantal 1e jaars tureluurs en grutto's zwerft rond door Groene Hart
graslandpolders. Ze hebben een duidelijke voorkeur voor terreinen die
plasdras staan. Hier is volop voedsel te vinden en de vogels
brengen er ook de nacht door. Ook vliegvlugge jongen van steltlopers en
plevierachtigen, die in Noord-Europa broeden, beginnen het Groene Hart
weer aan te doen. Een paar honderd kemphanen heb ik de laatste twee
weken al weer gezien. Daaronder ook jonge vogels en verder opvallend
veel volwassen mannelijke exemplaren nog steeds met fraaie kragen. Op
een plasdras-plaats bij Reeuwijk telde ik afgelopen week op een avond
maar liefst 65 kemphanen, 14 bosruiters, 5 witgatjes en 13 kleine
plevieren. Ook waren de eerste groenpootruiters en zwarte ruiters
aanwezig. Genoemde aantallen onderstrepen nog maar eens het belang van
natte plaatsen. Vogels op trek vinden er rust en voedsel. Deze
plasdrasplaatsen zijn goede tussenstations voor trekvogels die op reis
zijn vanuit de broedgebieden naar de winterkwartieren.