17e eeuwse wandtegels  met uilen op de kruk en over een jachtvorm, de snippendrift

                                                                                         Uilen op de kruk

Deze vertelling gaat over een paar jachtmethoden die men vroeger toepaste. Een manier van jacht  die men vroeger bedreef was met lokvogels. Dit  gebeurde veel met gebruikmaking van uilen. Men gebruikte daar levende of opgezette exemplaren voor. Vooral In de 17e en 18e eeuw werden uilen gebruikt als lokvogel om vogels te vangen of te schieten. De meeste uilen zijn nachtdieren en zitten overdag verscholen op donkere plaatsen waar ze niet opvallen. Bij schemer gaan ze op jacht naar muizen, maar ook vogels behoren tot hun prooidieren. En dat weten vogels drommels goed. Vandaar dat ze zo fel op uilen reageren als die zich overdag in het open veld vertonen. Een uil die zich overdag vertoont krijgt al gauw flinke aantallen vogels om zich heen, alarmerend en scheldend. Af en toe schijnaanvallen op de uil uitvoerend. En daar maakte men gebruik van.


                       
17e eeuwse wandtegels met uilen afgebeeld op de kruk

Men plaatste een uil op een paal (kruk of  wip genaamd) op een open plek. Dat  trok veel vogels aan, van klein tot groot.  De uil moest zich af en toe ook bewegen want dat trok nog beter de aandacht van vogels. Daarvoor gebruikte men een houten wip die via een touw op en neer kon gaan zodat de uil uit zijn evenwicht werd gebracht en begon te klapwieken. En vervolgens reageerden vogels daar dan weer op.  De kleine zang- en trekvogeltjes werden met lijmstokken gevangen en de wat grotere vogels werden meestal geschoten.  


          
17e eeuwse tegels met uilen. Op de linkertegel een uil op een tak met eromheen een zwerm vogels. Op de middelste twee tegels een 
vliegende uil dan wel klapwiekend op de wip. Beide tegels, geschilderd uit dezelfde spons, zijn omstreeks 1640 gemaakt bij de 
Goudse plateelfabriek van Willem Verswaen. Rechts een uil op een tak zittend. Deze tegel is omstreeks 1700 vervaardigd.

Tijl Uilenspiegel
Op de twee 17e eeuws tegels rechts staat een figuur met een uil op de kruk. De manspersoon op de tegel  is een nar waarvan ik niet kon verklaren waarom hij een uil op de kruk met zich meedroeg. Totdat een historicus mij vertelde dat de “nar” Tijl Uilenspiegel betreft uitgedost met naamsymbolen van een uil en spiegel.  Tijl Uilenspiegel leefde in de Middeleeuwen in Duitsland en was een legendarische deugniet en vrijbuiter, die iedereen voor de gek hield. Door zijn streken was hij zowel geliefd als gevreesd. Als een ware spiegel liet hij de mensen zien zoals ze werkelijk waren, met al hun eigenaardigheden, hun goede en slechte eigenschappen. Een oproerkraaier die alle regels en wetten aan zijn laars lapte, en daarmee juist de aandacht op alle geldende en onuitgesproken regels wist te vestigen. Iedere keer als hij weer zo’n streek uitgehaald had, met een voorkeur om dat bij de betere burgerij te doen, tekende hij een uil en spiegel op de deur van het huis met de woorden “hier was hij”.


Tijl Uilenspiegel op tegel. 17e eeuw

Tijl Uilenspiegel op tegel. 17e eeuw

Snippendriften

In tegenstelling tot vroeger zijn er tegenwoordig in het najaar en winter op de Reeuwijkse Plassen nog nauwelijks jachtgeweerschoten te beluisteren. Dat is wel eens anders geweest. Belangrijke zaken voor de afname van de jachtintensiteit zijn o.a. de veranderde  jachtwetgeving waarbij de jacht op een aantal vogelsoorten is gesloten en het  afschaffen van de 1 hectare regeling voor waterjacht, waarbij de grens van 1 naar 40 hectare is gegaan. Na de vervening van Reeuwijkse graslandpolders in drie eeuwen tijd bleef een groot deel van de plaatselijke bevolking in armoede achter. De veenbazen die wel welvarend waren geworden door de turfwinning vertrokken of lieten een mooi buitenverblijf bouwen. Veel Reeuwijkers en Sluipwijkers gingen om toch nog maar wat brood op de plank te hebben op de nieuw ontstane plassen jagen en vissen. Jagen en vissen was vroeger voor veel Reeuwijkers een beroep. Broodjagers en broodvissers werden ze.


  

jachthutten in Reeuwijk gebruikt voor de waterwildjacht   


17e eeuwse jachtscene op een antiek wandtegeltje

Men jaagde vooral op watervogels, en verder eigenlijk op alles wat maar enigszins eetbaar was. Een bijzondere manier van jagen die velen niet zullen kennen was de snippenjacht met gebruikmaking van een zgn. snippendrift. Die werden daarvoor speciaal aangelegd . Een bejaarde jager die al van jongs af aan op de Reeuwijkse Plassen heeft gejaagd vertelde me dat hij jaarlijks op speciaal voor dat doel  aangelegde “snippendriften” tussen de 150 en 200 watersnippen schoot. Zijn recordjaar was 400 snippen. En snippenjacht was lucratief want ze brachten goed geld op. Een snippendrift moest drassig zijn, kaal zonder al te veel vegetatie en dicht in de buurt van water liggen. Veel snippendriften waren gemaakt in de oeverstroken van eilandjes op de Reeuwijkse Plassen. Maar er waren ook jagers die er een of zelfs meerdere snippendriften in de buurt van hun huis op nahielden, op zo’n manier gemaakt dat ze er ongezien bij konden komen. Dat had als voordeel dat je af en toe ging kijken of het de moeite loonde om een schot te lossen. Jachtpatronen waren duur dus het grootste rendement was te bereiken door met een schot zoveel mogelijk watersnippen te schieten.  


                   

Twee voorbeelden van  plasdrasplaatsen in Reeuwijk (polders Ruigeweide en Bloemendaal) speciaal aangelegd en beheerd 
voor watervogels en steltlopers in reservaten van Staatsbosbeheer. 
Regelmatig verblijven er vele 10-tallen watersnippen, en af en toe ook bokjes (klein soort snip). 
Deze plasdrasplaatsen zijn min of meer te vergelijken met snippendriften.

Watersnippen zitten graag in groepen en op een goede snippendrift konden soms 10-tallen watersnippen bij elkaar zitten. Om de snippen te lokken gebruikte men ook loksnippen, uit hout  gesneden en beschilderde namaakexemplaren. Zo exact vervaardigd dat watersnippen bij het zien van de nepsoortgenoten er vanuit gingen dat de kust wel veilig moest zijn en dan invielen op de snippendrift.  




Watersnippen hebben een goed schutkleur. Ze vallen in het najaar nauwelijks op tussen uitgebloeide en dorre vegetatie.

homepage

nieuwste vertellingen fotoboek landschappen zoeken foto's zoeken op trefwoorden auteur
natuur & landschap Reeuwijkse Plassen weidevogels cultuurhistorie jeugdverhalen