Maar de polder
Achterwillens, waar het Goudse Hout dus onderdeel van maakt, heeft zo af en toe
meer te bieden. In het verleden is veel stadsafval uit Gouda in de deze polder
gestort waaronder stortafval van de Goudse pijpenindustrie. In een eerdere
vertelling heb ik daar al iets over geschreven (klik
hier)
Afgelopen week
tijdens een bezoek aan het Goudse Hout zag ik op een molshoop een pijpenkop
liggen. Tijdens het oprapen viel me ook een rond aardewerk schijfje op met een
diameter van 1,5x2 cm. Bij nadere bestudering bleek het materiaal uit witte
pijpenklei te bestaan.
Aan een kant op het schijfje twee afdrukjes,
waar iets in stond maar in eerste instantie niet goed te zien was. Thuis
voorzichtig met lauw water het schijfje schoongemaakt en toen bleek dat de
afbeeldingen erop hielmerken van een Goudse pijpenmaker waren. Een grospenning
dus.
Grospenningen
zijn een typisch
pijpenmakersproduct, in Gouda in de pijpenindustrie gebruikt. Vrijwel alle
grospenningen die bekend zijn dateren uit de 18e en 19e eeuw. Het gaat om
schijfjes pijpenklei waar een voorstelling op is aangebracht, meestal met de
hand uitgevoerd ( in de 20e eeuw werden ze met stempels aangebracht). De
voorstelling kan een getal zijn, een cijfer, een muntafdruk, of een hielmerk wat
een pijpenmaker gebruikte. Grospenningen, het woord penning zegt het al min of
meer, werden gebruikt als een soort van munt om mensen uit te betalen. Na het
vervaardigen van een gros pijpen kregen de arbeiders een grospenning die later
kon worden ingeleverd voor loon. In de pijpenindustrie werd als gros geen 144
exemplaren gehanteerd, maar 160 stuks. Om toch maar aan 144 hele pijpen
te komen ging men uit van 160 stuks om de als normaal beschouwde 10% breuk te
kunnen compenseren. Zo kwam men dus wel aan die 144 complete pijpen. Veel
pijpenmakers werkten met het systeem van betaling via de grospenning. Dat blijkt
wel uit de vele vondsten van grospenningen in en rond de stad Gouda. De mooiste
vondst die op dat gebied gedaan is was een stortplaats van omstreeks 1850 met
pijpafval van de Goudse pijpenmaker Goedewaagen, en tussen het afval zaten
vele tientallen grospenningen. Alle grospenningen hadden een afbeelding met een
getal erop, met de hand ingegrift.