Het blijkt dat de polder Achterwillens jarenlang stortplaats is geweest
van huishoudelijk afval. Met daartussen ook industrieel afval (gelukkig met maar
weinig vervuilende stoffen) afkomstig van Goudse pijpenfabrieken. Zeker is
dat er in de 19e eeuw is gestort, dat bewijzen de vele pijpenkoppen welke goed
waren te dateren. Maar er is ook nog in de 20e eeuw gestort, w.s. tot aan
de 2e wereldoorlog. Dit laatste werd zichtbaar bij de aanplant van het Goudse
Hout toen een perceel grasland werd gescheurd om er jonge boompjes te gaan
planten. Veel huishoudelijk afval kwam bloot waaronder ook batterijen en rubber
voorwerpen. De eerste vraag is dus daarmee beantwoord.
De
tweede vraag, meer weten over de voorstellingen op de gevonden pijpenkoppen kon
in de loop der jaren ook worden opgelost. Het viel op dat er tussen de
pijpenkoppen een aantal voorkwam met voorstellingen van mensgezichten. En
dat bleken Koninklijke personen te zijn waaronder Willem van Oranje en Willem
III. Het is bekend dat gedenkwaardige gebeurtenissen aanleiding was voor
ambachtslieden om producten te maken die een relatie hebben met zo'n
gebeurtenis. Het publiek heeft er wel interesse in, het bedrijf weer meer
werk en extra inkomsten. Zo ook de Goudse pijpenmakers die speciaal
"Oranjepijpen" uitbrachten die te maken hadden met Het Huis van
Oranje. Dat begon al in de 17e eeuw toen er door Goudse pijpenmakers een
speciale Oranjepijp werd gemaakt ter ere van het huwelijk in 1625 tussen prins
Frederik Hendrik en Amalia van Solms, gravin.