Als het vroeger lang
winterde, vele dagen achtereen met strenge vorst, dan had je van die
zogenaamde vorstvluchten van vogels. Grote aantallen raszuivere wilde eenden uit
noordelijke regionen kwamen in groepen naar het zuiden afgezakt.
Die wilde eenden
onderscheidden zich van onze huidige "wilde" eenden door
het wat kleinere
formaat. De tegenwoordige wilde eenden
zijn inmiddels door vogelaars omgedoopt tot stads- of soepeend. Die
echte wilde eend werd in de Reeuwijkse jagerswereld ook wel noordse- of blauwe
bout
genoemd. Daarnaast hadden ze een verenkleed waar nog amper kruisingskenmerken in aanwezig
waren. Een aantal van die wilde eenden viel in op de Reeuwijkse Plassen waar jagers in rieten jachthutjes met (tamme) lokeenden ze maar
wat graag zagen komen. Tegenwoordig zie je die kleine wilde eenden nog maar sporadisch,
ook niet als het lange tijd flink wintert. Dat ze nog nauwelijks
voorkomen blijkt ook uit de vangstgegevens van eendenkooien gedaan door
kooikers. Vrijwel alle "wilde" eenden die men tegenwoordig
vangt zijn niet meer kleurzuiver maar eerder bontgekleurd. Ze vallen
onder de
categorie halfwilde stadseenden.
|

Boven een jachthut en onder een 2-tal
emmers met lokeenden
gemaakt van kunststof welke gebruikt worden bij
hutjacht.

|