Veel bosuilen beginnen al heel vroeg in het voorjaar met nestelen. We hebben al nesten
met legsels gevonden zo omstreeks half Januari. Dat was wel extreem vroeg,
maar het zijn vroege broeders. Eind Februari/begin Maart waren er dan al
jongen. Toen bij een boerderij waarvan we wisten dat er jaarlijks een
bosuil broedde een oude holle knotwilg werd omgezaagd, rolden er drie
jonge bosuilen uit. De boer wist niet wat hij er mee aanmoest, dus heb ik
me er over ontfermd en ze meegenomen naar huis. Het duivenhok, waar
postduiven in werden gehouden, stond toch leeg dus daar de jonge
bosuilen in gedaan. Maar wat moest ik de uilen te eten geven? Goede raad
was duur. In het dorp, waar ik geboren ben was een slagerswinkel. Daar
mocht ik gratis snijafval ophalen en voerde dat aan de jonge uilen. Ze
groeiden als kool en werden groter en groter. Echt tam waren ze
echter niet. Als ik het hok binnenging kwamen ze wel op mij af, maar dat
was meer bedoeld om eten te krijgen. En om aan voldoende eten te komen
voor de drie jonge bosuilen werd steeds moeilijker, want het probleem ontstond dat
er onvoldoende snijafval beschikbaar was. De slager vond het zo welletjes,
en was niet bereid om wat beter vlees af te staan, want dan moest er voor
betaald worden. Dus naar een andere oplossing gezocht voor het dreigende
voedseltekort voor de uilen. Die werd gevonden.
Bij een boerderij stond
een kippenhok, waarin vele tientallen huis- en ringmussen een graantje
kwamen meepikken van het voer dat voor de kippen was bedoeld. De deur en
klapraampjes van het kippenhok stonden altijd open, dus de mussen konden
er zonder probleem in en weer uit. Met wat touwconstructies kon ik
ongezien en onverwachts de deur en klapraampjes dichttrekken, waardoor een
aantal huismussen te vangen waren die als voer voor de uilen konden
dienen. Dat lukte wonderwel prima, en in die tijd waren er nog zoveel
huismussen dat de aanvoer ervan richting uilen verzekerd was. De
uilen werden steeds groter, zaten inmiddels goed in het verenpak en gingen
de gewoonte krijgen om bij binnenkomst op mijn schouder te gaan zitten.
Dat was een pijnlijke zaak met die scherpe klauwen van ze.
De mensen in de buurt vonden het ook prachtig, die bosuilen. Tot het
moment, dat de deur van het duivenhok 's nachts door onverlaten werd
opengezet en de drie bosuilen van het ene op het andere moment verdwenen
waren. Naar ik hoop is dat gedaan vanuit de bedoeling om ze hun vrijheid
terug te geven en niet om ze op te zetten.
|